De zwemmer werd door de KNRM……………..(redden)
De ………………….zwemmer was onderkoeld geraakt (redden)
Per ongeluk…………….. Pepijn zijn collega aan (stoten)
Gelukkig had Bernd zijn fantastische tostimachine………………. (meenemen)
Het bankje op het schoolplein is weer mooi………………….. (verven)
Ik weet niet of ik het ……………………………(redden)
Jij ………………………….. het wel (redden)
Waarschijnlijk………………………. Je dat net niet (redden)
Verbeter de zinnen hieronder. Schrijf ze in je huiswerkschrift.
sjoerd wil op vakantie naar friesland onno zegt laten we een plan maken
wout vraag licht kampeerboerderij hettinga aan het water
