wo 23 april Vergeet niet om je naam in te vullen in het witte vlak hieronder. Als je na de laatste vraag opĀ "Submit" klikt zie je de antwoorden. wo 22 april Name 1. Zinsdelen:Een Fransman in een gevechtsvliegtuig heeft per ongeluk op het knopje van zijn schietstoel gedrukt.Het gekleurde zinsdeel is: Persoonsvorm Werkwoordelijk gezegde Onderwerp Meewerkend voorwerp Lijdend voorwerp Bijwoordelijke bepaling tijd Bijwoordelijke bepaling plaats Bijwoordelijke bepaling hoe 2. Zinsdelen:Een Fransman in een gevechtsvliegtuig heeft per ongeluk op het knopje van zijn schietstoel gedrukt.Het gekleurde zinsdeel is: Persoonsvorm Werkwoordelijk gezegde Onderwerp Meewerkend voorwerp Lijdend voorwerp Bijwoordelijke bepaling tijd Bijwoordelijke bepaling plaats Bijwoordelijke bepaling hoe 3. Zinsdelen:Een Fransman in een gevechtsvliegtuig heeft per ongeluk op het knopje van zijn schietstoel gedrukt.Het gekleurde zinsdeel is: Persoonsvorm Werkwoordelijk gezegde Onderwerp Meewerkend voorwerp Lijdend voorwerp Bijwoordelijke bepaling tijd Bijwoordelijke bepaling plaats Bijwoordelijke bepaling hoe 4. Zinsdelen:Een Fransman in een gevechtsvliegtuig heeft per ongeluk op het knopje van zijn schietstoel gedrukt.Het gekleurde zinsdeel is: Persoonsvorm Werkwoordelijk gezegde Onderwerp Meewerkend voorwerp Lijdend voorwerp Bijwoordelijke bepaling tijd Bijwoordelijke bepaling plaats Bijwoordelijke bepaling hoe 5. Woordsoorten:Een Fransman in een gevechtsvliegtuig heeft per ongeluk op het knopje van zijn schietstoel gedrukt.Het gekleurde woord is: Bijvoeglijk naamwoord Zelfstandig naamwoord Bijwoord Telwoord Aanwijzend voornaamwoord Betrekkelijk voornaamwoord Voltooid deelwoord Voorzetsel Bezittelijk voornaamwoord Lidwoord Werkwoord Eigen naam. 6. Woordsoorten:Een Fransman in een gevechtsvliegtuig heeft per ongeluk op het knopje van zijn schietstoel gedrukt.Het gekleurde woord is: Bijvoeglijk naamwoord Zelfstandig naamwoord Bijwoord Telwoord Aanwijzend voornaamwoord Betrekkelijk voornaamwoord Voltooid deelwoord Voorzetsel Bezittelijk voornaamwoord Lidwoord Werkwoord Eigen naam. 7. Woordsoorten:Een Fransman in een gevechtsvliegtuig heeft per ongeluk op het knopje van zijn schietstoel gedrukt.Het gekleurde woord is: Bijvoeglijk naamwoord Zelfstandig naamwoord Bijwoord Telwoord Aanwijzend voornaamwoord Betrekkelijk voornaamwoord Voltooid deelwoord Voorzetsel Bezittelijk voornaamwoord Lidwoord Werkwoord Eigen naam. 8. Woordsoorten:Een Fransman in een gevechtsvliegtuig heeft per ongeluk op het knopje van zijn schietstoel gedrukt.Het gekleurde woord is: Bijvoeglijk naamwoord Zelfstandig naamwoord Bijwoord Telwoord Aanwijzend voornaamwoord Betrekkelijk voornaamwoord Voltooid deelwoord Voorzetsel Bezittelijk voornaamwoord Lidwoord Werkwoord Eigen naam. Time's up