Vrij 24 april Vergeet niet om je naam in te vullen in het witte vlak hieronder. Als je na de laatste vraag opĀ "Submit" klikt zie je de antwoorden. Vrij 24 april Name 1. Zinsdelen:Zij speelden Mario-games op de muur van een gebouw!Het gekleurde zinsdeel is: Persoonsvorm Werkwoordelijk gezegde Onderwerp Meewerkend voorwerp Lijdend voorwerp Bijwoordelijke bepaling tijd Bijwoordelijke bepaling plaats Bijwoordelijke bepaling hoe 2. Zinsdelen:Zij speelden Mario-games op de muur van een gebouw!Het gekleurde zinsdeel is: Persoonsvorm Werkwoordelijk gezegde Onderwerp Meewerkend voorwerp Lijdend voorwerp Bijwoordelijke bepaling tijd Bijwoordelijke bepaling plaats Bijwoordelijke bepaling hoe 3. Zinsdelen:Zij speelden Mario-games op de muur van een gebouw!Het gekleurde zinsdeel is: Persoonsvorm Werkwoordelijk gezegde Onderwerp Meewerkend voorwerp Lijdend voorwerp Bijwoordelijke bepaling tijd Bijwoordelijke bepaling plaats Bijwoordelijke bepaling hoe 4. Zinsdelen:Zij speelden Mario-games op de muur van een gebouw!Het gekleurde zinsdeel is: Persoonsvorm Werkwoordelijk gezegde Onderwerp Meewerkend voorwerp Lijdend voorwerp Bijwoordelijke bepaling tijd Bijwoordelijke bepaling plaats Bijwoordelijke bepaling hoe 5. Woordsoorten:Zij speelden Mario-games op de muur van een gebouw!Het gekleurde woord is: Bijvoeglijk naamwoord Zelfstandig naamwoord Bijwoord Telwoord Persoonlijk voornaamwoord Betrekkelijk voornaamwoord Voltooid deelwoord Voorzetsel Bezittelijk voornaamwoord Lidwoord Werkwoord Eigen naam. 6. Woordsoorten:Zij speelden Mario-games op de muur van een gebouw!Het gekleurde woord is: Bijvoeglijk naamwoord Zelfstandig naamwoord Bijwoord Telwoord Aanwijzend voornaamwoord Betrekkelijk voornaamwoord Voltooid deelwoord Voorzetsel Bezittelijk voornaamwoord Lidwoord Werkwoord Eigen naam. 7. Woordsoorten:Een vissersschip filmde het dier dinsdag zwemmend voor de Noord-Hollandse kust.Het gekleurde woord is: Bijvoeglijk naamwoord Zelfstandig naamwoord Bijwoord Telwoord Aanwijzend voornaamwoord Betrekkelijk voornaamwoord Voltooid deelwoord Voorzetsel Bezittelijk voornaamwoord Lidwoord Werkwoord Eigen naam. 8. Woordsoorten:Zij speelden Mario-games op de muur van een gebouw!Het gekleurde woord is: Bijvoeglijk naamwoord Zelfstandig naamwoord Bijwoord Telwoord Aanwijzend voornaamwoord Betrekkelijk voornaamwoord Voltooid deelwoord Voorzetsel Bezittelijk voornaamwoord Lidwoord Werkwoord Eigen naam. Time's up